RvB-Standaard Nį / april 2008 / GB                                           
 
LANCASHIRE HEELER 

LAND VAN OORSPRONG : Groot BrittanniŽ.

DATUM VAN PUBLICATIE VAN DE ORIGINELE STANDAARD : april 2008.

GEBRUIK : Werkt bij het vee maar heeft terrier-karakter trekken wanneer hij op konijnen jaagt en ratten verdelgt

 

F.C.I. INDELING: Groep 1 Herdershonden en Veedrijvers.

Sectie 1 Herdershonden.

Zonder werkproef.

ALGEMEEN VOORKOMEN:

Een kleine, krachtige, stevig gebouwde werkhond die alert en energiek is.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN :

Lengte van de achterhoofdsknobbel tot de stop gelijk aan de lengte van stop tot de neuspunt.

De lichaamslengte (gemeten van schoft tot staartaanzet) bedraagt ongeveer 2,5 cm (1 inch) meer dan de schofthoogte.

GEDRAG/TEMPERAMENT:

Moedig, vrolijk, aanhankelijk aan zijn eigenaar.

HOOFD:

in verhouding tot het lichaam. De lijnen van schedel en voorsnuit lopen parallel.


VOORHOOFDGEDEELTE:

Schedel : schedel vlak en breed tussen de oren, smaller wordend naar de ogen die wijd uit elkaar staan.

Stop : Matige stop.


VOORSNUITGEDEELTE :

Neus : Zwart bij zwarte honden met roodbruine aftekeningen, bruin bij leverkleurige honden met roodbruine aftekeningen.

Voorsnuit : versmalt verder tot de neus.

Lippen : aangesloten.

Kaken/gebit : Krachtige kaken met een perfect, regelmatig en volledig scharend gebit, d.w.z. dat de boventanden dicht over de ondertanden sluiten en recht in de kaak geplaatst zijn. Onder- of boven voorbijten moet ontmoedigd worden.

Ogen : Amandelvormig, middelgroot, donker van kleur behalve bij de leverkleur waar de ogen lichter mogen zijn, in overeenstemming met de vachtkleur.

Oren : Tiporen die een alerte "liftĒ tonen, of staande oren. Hangende oren zonder "liftĒ zijn ongewenst.

NEK:

Matig lang, goed in de schouders overgaand.

LICHAAM:

Rug : Stevige, vlakke bovenbelijning die nooit mag invallen bij de schoft of mag hellen bij het kruis.

Lendenen: Kort.

Borstkas : Ribben goed gewelfd, ver naar achteren doorlopend.

STAART:

Hoog aangezet, niet gecoupeerd. In een lichte boog over de rug gedragen wanneer de hond alert is. Vormt geen volledige ring.

LEDEMATEN

VOORHAND:

Schouders : Goed geplaatste schouder.

Voorbenen : Ellebogen strak tegen de ribben. Veel bot. De polsen kunnen het mogelijk maken de voeten licht naar buiten te draaien, maar niet zodanig dat daardoor zwakte optreedt of dat zij van invloed zijn op de vrije beweging.

ACHTERHAND:

Gespierd. Kniegewrichten: Goed gehoekt.

Spronggewrichten: Laag geplaatst.

Achterbenen: Moeten van achteren gezien parallel zijn, zowel in gang als in stand.
Nooit O-benig of koehakkig.

VOETEN:

Klein, vast en met goede voetzolen.

GANG/BEWEGING:

Flink en kwiek doorlopend. Natuurlijke, vrije beweging.

VACHT:

BEHARING: De fijne ondervacht wordt volledig bedekt door een waterbestendige, korte, dichte, harde, vlakke bovenvacht. De bovenvacht is op de nek iets langer. De ondervacht mag niet door de bovenvacht heen zichtbaar zijn; evenmin mag het aanwezige langere haar in de nek daardoor gaan uitstaan. Lange of sterk golvende vacht zeer ongewenst.

KLEUR: Zwart met roodbruine aftekeningen of leverkleur met roodbruine aftekeningen, met pigment dat overeenstemt met de vachtkleur, met warm roodbruine aftekeningen op de wangen en vaak boven de ogen. Warm roodbruin op de voorsnuit en de voorborst en van de knieŽn af naar beneden, aan de binnenkant van de achterbenen en onder de staart. Een, naar gelang de vachtkleur, duidelijke zwarte of leverkleurige aftekening (duimafdruk) direct boven de voorvoeten is gewenst. De warmte van het roodbruin kan bij het ouder worden verminderen. Wit in de vacht moet ontmoedigd worden. Een klein wit vlekje op de voorborst is, hoewel toegestaan, ongewenst.

MAAT:

De ideale schofthoogte is: voor reuen: 30 cm (12 inches); voor teven: 25 cm (10 inches).

FOUTEN:

Iedere afwijking van de voorgaande punten moet als een fout beschouwd worden en de mate waarin de fout voorkomt en van invloed is op de gezondheid en het welzijn van de hond moet met precies dezelfde mate beoordeeld worden.

N.B. : Reuen moeten twee ogenschijnlijk normale testikels hebben die volledig zijn ingedaald in het scrotum.