KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING:
De Lancashire Heeler is al decennia lang bekend in Lancashire, de streek iets ten noorden van Liverpool en Manchester. In oude documenten komen we ook nog de naam Ormskirk Heeler (naar een plaats in Lancashire) tegen. Waarschijnlijk is dat een dergelijk type hond al in de 19e eeuw werkte met, vooral, koeien. Het is aannemelijk dat de Welsh Corgi Cardigan heeft bijgedragen aan het uiterlijk van de Lancashire Heeler, maar ook de Manchester terriër wordt in dit verband genoemd.
De Lancashire Heeler werd gebruikt om koeien te drijven, ook bijvoorbeeld van de havens naar de slachterijen. Daaraan dankt de Lancashire Heeler zijn bijnaam “Butcher’s dog”. De manier van drijven bestond eruit dat de Heeler naar de hakken van de koeien beet en dan wegdook. In de volksmond werd hij dan ook een “nip ’n Duck dog” genoemd.
Met de opkomst van de treintransporten verdween de Lancashire Heeler naar de boerderijen, waar hij zich nuttig maakte met het vangen en doden van klein ongedierte zoals ratten en muizen.
In de jaren ’60 van de vorige eeuw begonnen enkele mensen zich voor het ras te interesseren, en dat leidde ertoe dat het ras in 1981 door de Kennel Club als “Pedigree Dog” werd geaccepteerd. In 1984 werden de stamboeken gesloten en konden er geen ongeregistreerde honden meer in de populatie worden opgenomen.
Hoewel het ras nog steeds relatief onbekend is buiten Lancashire, wonen ook in andere streken van Engeland belangrijke aantallen Lancashire Heelers. Buiten Engeland zijn er intussen belangrijke populaties in Scandinavië.